Onze concepten

De context van Leiderschap

Wij hebben in 2006 ons eigen model ’Essenties van Leiderschap’ ontwikkeld om in beeld te brengen welke zeven essenties voor een leider van belang zijn. Ook hebben we met het model een werkwijze gepresenteerd hoe je de zeven essenties van leiderschap bij jezelf kunt ontwikkelen en authentiek zijn en blijven. Hiermee kijken we vooral naar de persoon van de leider.

Leiderschap is ook en met name een fenomeen dat in zijn context moet worden beschouwd. Leiderschap kent situationele variabelen, die geïntegreerd dienen te worden vanuit het geheel.

Contextueel leiderschap_B-dare afbeelding 1

De situationele variabelen zijn dat een leider:
• Zichzelf als startpunt neemt. Door zelfkennis – weten hoe je de dingen doet – en zelfinzicht – weten waarom je dingen doet zoals je ze doet – weet de leider zich op basis van kracht in te zetten. Vanuit persoonlijk leiderschap ontwikkelt de leider zich door kwaliteiten beter te benutten, valkuilen te onderkennen of ontwikkelpunten aan te pakken. De leider laat zich aanvullen op zijn zwakke kant. De perfecte leider bestraat immers niet
• Altijd te maken heeft met de ander of met anderen. Anders kan het spel van leiden en volgen niet ontstaan. De manier van leiden hangt af van hoe de ander is. En als er geen anderen zijn, kunnen wij onze authenticiteit niet bepalen.
• Veelal opereert binnen een organisatievorm, zoals een overheidsorganisatie, een bedrijf, een project of een vrijwilligersorganisatie. De fase waarin de organisatie zich bevindt, de mensen die aan boord zijn en de diensten of producten die aangeboden worden, hebben een grote invloed op de leiderschapsstijl die van de leider gevraagd wordt.
• Bij voorkeur afgestemd is op wat er in zijn of haar omgeving afspeelt en welke ontwikkelingen er zich voordoen: cultureel, maatschappelijk, politiek, technologisch, etc. We hoeven alleen maar te denken aan de verschillende crisis waar wij momenteel mee geconfronteerd worden: milieu, financieel, terrorisme en vluchtelingen.

Van een leider wordt gevraagd alle situationele variabelen mee te nemen in de vraag welk leiderschap laat ik dan zien. Maar vooral is de leider ervoor om verbinding te creëren. Verbinding creëer je door zelf een goed zicht te hebben op de bedoeling – in het Engels: Purpose – en door met anderen het gesprek aan te gaan over de bedoeling. Wanneer de leider in staat is om een grote mate van overlap over de bedoeling gemeenschappelijk te maken, creëert hij of zij verbinding.